Doldersum warmtepompen

Welk vermogen warmtepomp heeft uw bedrijfspand nodig?

Dit is de vraag waar de meeste warmtepompprojecten op stranden, en meestal niet omdat het antwoord moeilijk is maar omdat het te snel wordt gegeven. Een vuistregel op basis van vierkante meters lijkt praktisch, maar levert net zo vaak een toestel op dat te groot is als een dat tekortschiet. Beide kosten geld, alleen op een andere manier. Op deze pagina leest u hoe het vermogen van een zakelijke warmtepomp werkelijk wordt bepaald, wat de valkuilen zijn en welke richtwaarden per vermogen gelden.

Wat bepaalt het benodigde vermogen?

Zes factoren, in volgorde van invloed:

  1. Warmteverlies van het gebouw. Hoeveel warmte lekt er weg via dak, gevel, vloer, glas en kieren? Dit is de basis van elke berekening en wordt bepaald door isolatiekwaliteit, niet door oppervlakte alleen.
  2. Ventilatieverlies. Verse lucht moet worden opgewarmd. In een pand met een hoge ventilatievoud, zoals een sportschool, is dit een forse post.
  3. Gewenste binnentemperatuur. Een magazijn op 10 graden vraagt een fractie van wat hetzelfde pand op 20 graden vraagt.
  4. Interne warmtelast. Mensen, verlichting, apparatuur en machines geven warmte af. In een kantoor vol mensen of een productieruimte scheelt dat aanzienlijk in de verwarmingsbehoefte.
  5. Tapwatervraag. Douches of een keuken vragen extra vermogen, of een buffervat waarmee u de piek overbrugt.
  6. Afgiftetemperatuur. Bij bestaande radiatoren op 70 graden levert een toestel minder effectief vermogen dan bij vloerverwarming op 35 graden. Zie afgiftesystemen.

Richtwaarden per vermogen

Onderstaande tabel is bedoeld om te oriënteren, niet om op te kopen. De spreiding is bewust breed, want isolatie doet meer dan oppervlakte.

Vermogen Goed geïsoleerd Matig geïsoleerd Slecht geïsoleerd
15 kW 300 tot 450 m² 190 tot 300 m² 110 tot 190 m²
16 kW 320 tot 480 m² 200 tot 320 m² 120 tot 200 m²
20 kW 400 tot 600 m² 250 tot 400 m² 150 tot 250 m²
25 kW 500 tot 750 m² 300 tot 500 m² 200 tot 300 m²
30 kW 600 tot 900 m² 375 tot 600 m² 225 tot 375 m²

Klik door naar het vermogen dat in uw richting komt. Daar staat per vermogen welke pandtypes passen en waar u specifiek op moet letten.

De valkuil die het meeste geld kost: overdimensioneren

Bij een gasketel is een maatje groter zelden een probleem. Bij een warmtepomp wel, en dat verrast veel ondernemers.

Een warmtepomp presteert het best rond zijn ontwerppunt. Moet een toestel van 30 kW op een zachte novemberdag 8 kW leveren, dan moet het terugmoduleren naar ruim een kwart van zijn vermogen. Kan het dat niet ver genoeg, dan gaat het pendelen: aanslaan, snel de gewenste temperatuur halen, uitschakelen, en even later weer aanslaan.

Dat kost op drie manieren:

  • Rendement. Elke start kost energie en de COP zakt bij pendelen.
  • Levensduur. De compressor krijgt meer starts te verwerken dan waarvoor hij is ontworpen.
  • Investering. U betaalt voor vermogen dat u nooit gebruikt.

Onderdimensioneren is overigens ook geen oplossing: dan komt u op de koudste dagen tekort en moet er bijgestookt worden. Het gaat om de juiste maat, niet om ruim of krap.

Let op bij welke buitentemperatuur het vermogen is opgegeven

Dit is de belangrijkste technische valkuil bij het vergelijken van toestellen, en hij komt bijna nooit ter sprake.

Het vermogen van een lucht/water warmtepomp hangt af van de buitentemperatuur. Hoe kouder het buiten is, hoe minder warmte er in de lucht zit en hoe minder het toestel levert. Precies op het moment dat u het meeste nodig heeft, levert het toestel het minste.

Fabrikanten geven het vermogen op bij vaste condities. Een veelgebruikte is A7/W35: buitenlucht 7 graden, aanvoerwater 35 graden. Bij A-7/W35, dus min 7 graden buiten, ligt het geleverde vermogen aanzienlijk lager.

Praktisch gevolg: een toestel dat op het productblad “16 kW” heet, kan bij min 7 graden nog 10 tot 11 kW leveren. Vergelijkt u toestellen, kijk dan altijd naar dezelfde condities en naar het vermogen bij uw ontwerpbuitentemperatuur, niet naar het getal in de productnaam. Op de 16 kW-pagina leggen we dit uitgebreid uit.

Bij een bodemwarmtepomp speelt dit nauwelijks, omdat de brontemperatuur het hele jaar rond 11 graden ligt. Dat is een van de redenen dat bodemsystemen zo stabiel presteren.

Bivalentiepunt: hoeft u wel op de koudste dag te dimensioneren?

Vaak niet, en dat scheelt fors.

Nederland kent maar een handvol dagen per jaar met echt strenge vorst. Dimensioneert u op die enkele dagen, dan koopt u een toestel dat de overige driehonderdzestig dagen te groot is.

Het alternatief is een bivalente opzet: de warmtepomp dekt bijvoorbeeld 90% van de jaarlijkse warmtevraag, en op de koudste dagen springt een bestaande ketel of elektrisch element bij. Het punt waarop dat gebeurt heet het bivalentiepunt.

Dat levert drie voordelen op: een kleiner en goedkoper toestel, een beter rendement doordat het toestel vaker rond zijn optimum draait, en een lagere belasting van uw netaansluiting. Zeker bij netcongestie is dat laatste vaak doorslaggevend.

Eén toestel of modulair?

Vanaf circa 25 kW wordt dit een serieuze afweging, en boven 30 kW is modulair vrijwel de standaard.

Bij een modulaire of cascade-opstelling leveren meerdere units samen het totale vermogen. Ze schakelen bij en af naar behoefte, waardoor elke draaiende unit dicht bij zijn optimum werkt. Bovendien draait de rest door als één module uitvalt.

Let op het subsidie-effect: sinds 2026 vervallen bij de ISDE voor de tweede en volgende lucht-waterwarmtepomp het startbedrag en de energielabelbonus. Alleen de € 225 per kW blijft over. Bij een cascade van drie units scheelt dat circa € 2.450. Dat is geen reden om modulair af te wijzen, maar het hoort in de berekening. Meer daarover op de 25 kW-pagina.

Vier vragen die uw vermogen kunnen veranderen.

  1. Gaat u isoleren? Dan daalt uw warmtevraag en heeft u een kleiner toestel nodig. Isoleer eerst, dimensioneer daarna. Zie routekaart verduurzaming.
  2. Verandert uw gebruik? Meer werkplekken, langere openingstijden of een uitbreiding wijzigen de vraag.
  3. Wat is uw afgiftetemperatuur? Met vloerverwarming heeft u minder vermogen nodig dan met bestaande radiatoren.
  4. Laat uw netaansluiting het toe? Bij een COP van 3 vraagt 30 kW thermisch ongeveer 10 kW elektrisch. Bij netcongestie is dat vaak de bepalende beperking, niet de warmtevraag.

Hoe wij het vermogen bepalen

Wij maken een warmteverliesberekening op basis van uw werkelijke pand: de oppervlakte en isolatiewaarde per bouwdeel, het glasoppervlak en de oriëntatie, de ventilatie, de interne warmtelast, de gewenste temperatuur per ruimte en uw tapwatervraag.

Daaruit volgt niet alleen het benodigde vermogen, maar ook welk type warmtepomp past, welke afgiftetemperatuur nodig is en wat de verwachte besparing en terugverdientijd zijn. Die berekening is kosteloos en vrijblijvend.

Offerteformulier

Wij staan voor u klaar voor advies .

Laat uw contactgegevens achter in het adviesformulier en geef een korte beschrijving van uw situatie. Wij nemen zo snel mogelijk persoonlijk contact met u op om advies op maat aan te bieden.

Niet zeker welke warmtepomp past bij uw situatie?

De keuze tussen verschillende typen zakelijke warmtepompen is geen kwestie van het duurste of nieuwste systeem kiezen, maar van een goede match met uw bedrijfspand, uw branche, uw verwarmingsbehoefte en uw budget. Onze adviseurs maken kosteloos een quickscan, waarin wij berekenen welk systeem voor uw situatie het hoogste rendement geeft, welke subsidies u kunt benutten en wat de geschatte terugverdientijd is.

Veelgestelde vragen over het vermogen van een warmtepomp

Hoeveel kW warmtepomp heb ik nodig?

Dat hangt af van het warmteverlies van uw pand, de ventilatie, de gewenste temperatuur, de interne warmtelast, de tapwatervraag en de afgiftetemperatuur. Een warmteverliesberekening geeft het exacte antwoord; vuistregels op vierkante meters zijn alleen bruikbaar om te oriënteren.

Hoeveel m² kan een warmtepomp van 20 kW verwarmen?

Bij goede isolatie circa 400 tot 600 m², bij matige isolatie 250 tot 400 m² en bij slechte isolatie 150 tot 250 m². Isolatie doet meer dan oppervlakte.

Wat gebeurt er als mijn warmtepomp te groot is?

Het toestel gaat pendelen: kort aanslaan en weer uitschakelen. Dat verlaagt het rendement, belast de compressor onnodig en u betaalt voor vermogen dat u niet gebruikt.

Wat gebeurt er als mijn warmtepomp te klein is?

Op de koudste dagen komt u tekort en moet er bijgestookt worden, vaak met een elektrisch element dat duur is in verbruik.

Waarom levert een warmtepomp minder vermogen bij vorst?

Omdat er minder warmte in koude buitenlucht zit. Een toestel dat bij 7 graden buiten 16 kW levert, komt bij min 7 graden vaak op 10 tot 11 kW uit. Bij een bodemwarmtepomp speelt dit nauwelijks.

Wat betekent A7/W35 op een productblad?

Dat het vermogen is gemeten bij 7 graden buitenlucht en 35 graden aanvoerwater. Vergelijk toestellen altijd bij dezelfde condities en kijk naar het vermogen bij uw ontwerpbuitentemperatuur.

Wat is een bivalentiepunt?

De buitentemperatuur waarbij een tweede warmtebron bijspringt. Door niet op de allerkoudste dag te dimensioneren, kunt u een kleiner en goedkoper toestel plaatsen dat vaker rond zijn optimum draait.

Moet ik dimensioneren op de koudste dag van het jaar?

Meestal niet. Nederland kent maar enkele dagen met strenge vorst. Een bivalente opzet waarbij een tweede bron bijspringt is doorgaans voordeliger.

Is één groot toestel beter dan meerdere kleine?

Bij een constante warmtevraag vaak wel. Bij een wisselende vraag presteert een modulaire opstelling beter in deellast, en blijft er warmte bij storing van één unit.

Verandert mijn benodigde vermogen als ik isoleer?

Ja, en aanzienlijk. Isoleer daarom eerst en dimensioneer daarna, anders zit u met een te groot toestel dat structureel in deellast draait.

Hoeveel elektrisch vermogen vraagt een warmtepomp?

Bij een COP van 3 ongeveer een derde van het thermische vermogen, plus aanloopstroom. Bij een bodemsysteem met een COP van 5 is dat een vijfde. Bij netcongestie is dat verschil doorslaggevend.